Columns

Column voor Hans Dorrestijn, voorgelezen tijdens de hommage aan Hans op 19 juni in theater De la Mar in Amsterdam

Hans, september vorig jaar was ik ergens in Overijssel bezig met inventariseren van paddenstoelen. Het was heel erg droog, dus er viel weinig te beleven. Ik liep me eigenlijk een beetje te vervelen. Tot ik opeens een kreet hoorde die door merg en been ging. Een dier in doodsnood. Ik keek naar waar het geluid vandaan kwam en zag op een meter of vijftig een bruine roofvogel op de grond zitten. Helaas geen kijker bij me, maar voor me was een diepe greppel die enigszins in de richting liep van het bosje waar die roofvogel zat. Ik liet me in de greppel zakken en liep laag bij de grond de kant op van het bosje. Stak toen heel voorzichtig mijn hoofd boven het maaiveld en had vrij goed zicht op een tafereel waar ik niets van begreep. Op zo’n moment mis je het deskundigcommentaar van iemand als David Attenborough: So here we see a Magnificient female hawk holding her prey down to the ground.

Ja, dat zag ik zelf ook wel: een vrouwtjeshavik op 25 m die met halfopengevouwen vleugels een prooi met haar klauwen tegen de grond gedrukt hield. Nou zijn de klauwen van een havik ongelooflijke moordwapens die moeiteloos door de longen van een vogel prikken. Alleen deze prooi was nog steeds springlevend. Zodra de havik even haar greep verslapte, klonk er meteen weer een afschuwelijk gekrijs. Wat gebeurde hier? Was die roofvogel dat beest aan het martelen?
Opeens liet de havik haar prooi los. Toen zag ik pas dat het ging om een Grote bonte specht. Die vloog luid schreeuwend naar de dichtstbijzijnde boom, terwijl uit diezelfde boom zich een andere havik losmaakte die probeerde de specht te grijpen en miste.

Het beeld was nu als volgt: De specht zat tegen een boomstam met aan de andere kant de havik die hem net op een haar na gemist had, ongetwijfeld een jong van de moeder-havik die op de grond zat toe te kijken. Zo werd duidelijk waar ik naar keek: Havik-les: een moederhavik leerde haar jong hoe je vogels moet vangen.
Een tijdlang gebeurde er niets. Het was doodstil. Tot moeders opvloog en de specht gillend probeerde te vluchten, waarna de moederhavik hem geroutineerd uit de lucht plukte. Haar jong keek belangstellend toe en zag hoe ze de specht opnieuw tegen de grond gedrukt hield. De doodsangst van de specht was zo groot en zo duidelijk hoorbaar dat ik bang was dat die een hartaanval zou krijgen.
Opnieuw liet de moeder-havik de specht los en opnieuw miste haar jong de vaardigheid om de specht te vangen. Dus weer de zelfde patstelling: moeder op de grond, jonge havik aan een kant van de boom, Grote bonte specht aan de andere kant. Die laatste liet nu een zacht klagelijk geluid horen, alsof hij inmiddels alle moed had opgegeven. Op zich was dat een goed inschatting van de situatie, want de specht had geen schijn van kans.

Ik kon het niet langer aanzien en stond op. De twee haviken maakten dat ze wegkwamen. De specht bleef zitten en begon nu naar mij te alarmeren. Sukkel.
Ik had ook meteen spijt dat ik de natuur niet haar gang had laten gaan. Maar zo nodig tussenbeide moest komen en daarmee opeens Iemand was geworden – iemand die een specht redt, iemand die haviken hindert. Terwijl het aardige van de natuur juist is dat het zo de moeite loont om Niemand te zijn, want dan zie je namelijk het meest. In het sociale verkeer zijn we altijd iemand: een man, een vrouw, vriend, voorbijganger, vreemdeling, een bakker, een fotograaf, een tekstschrijver, iemand met een verhaal. In de natuur maakt dat allemaal geen moer uit, want de meeste vogels houden sowieso niet van mensen en zien het liefste helemaal niemand. Dus is het de kunst om als je naar buiten gaat zo veel mogelijk Niemand te zijn.

Hans, mede door dat vogelprogramma waar je aan meewerkt, Baardmannetjes, ben je een bekende Nederlander geworden. Maar er is geen vogel die denkt: hee, daar heb je die vent van de tv. die gaan we eens even van dichtbij bekijken. Was het maar waar! Maar zo zit de vogelwereld niet in elkaar. Integendeel: hoe bescheidener je je opstelt, hoe beter. En jij bent goed in bescheidenheid, net zoals de eigenschap om jezelf niet op de voorgrond te plaatsen goed aansluit bij het schuwe karakter van de meeste dieren. Ook daarom is het zo leuk om met jou het veld in te gaan. En Hans, ik hoop van harte dat we dat nog lang kunnen blijven doen! Hopelijk heb je het nu een beetje naar je zin. Op deze prachtige zomeravond hadden we natuurlijk ook in de duinen rond kunnen lopen en tegen de schemering Nachtzwaluwen horen of een stel jonge Ransuilen, maar ja, je zit hier in het midden van rij acht: je kan geen kant uit. Dus je hebt geen andere keus dan er van te genieten.

Voor een aflevering van Andermans Veren, het programma over Kleinkunst van Kick van der Veer, die onder meer over Leonard Cohen ging, schreef ik Halleluja

Doing, doing, doing

Heeft u het al gehoord? Het kabinet overweegt om voortaan economische adviezen in te winnen bij auralezers, sterrenwichelaars en waarzeggers. Hun prognoses zijn vrijwel zeker accurater dan van al die hoogleraren economie en financiële specialisten voor wie de kredietcrisis als een complete verrassing kwam. Nou is voorspellen een hachelijke zaak. Tenzij je zo’n vage voorspelling doet als: Dit wordt een laat voorjaar. Toch stond in veel kranten dat het voorjaar van 2009 op zich liet wachten. Ik hoorde meteen ongeruste geluiden: Heb je het al gehoord? We krijgen een laat voorjaar, geen bloemen, geen vlinders… Welnee, dit is een gewoon voorjaar, na een gewone winter met gewoon wat sneeuw en ijs, zoals al honderden jaren gebruikelijk is in Nederland. Abnormaal waren de laatste tien jaar met broedende wilde eenden in januari en vlinders rond Valentijnsdag.

De natuur is bij uitstek onvoorspelbaar. En toch moeten er regelmatig voorspellingen gedaan worden, anders krijg je als natuurorganisatie geen subsidie. Dankzij die subsidie verschijnt er veel nieuwe natuur in Nederland. Als je ergens een klerezooi ziet van bomen die gekapt zijn omdat ze in de weg stonden of daar niet hoorden, sta je meestal voor ‘nieuwe natuur’ en is een informatiepaneel nooit ver weg. Daarop wordt een toekomstbeeld geschetst van een idyllisch landschap met daarin een stel dieren die de meeste wandelaars in het echt nooit te zien zullen krijgen: een das, een vos, een paapje … Afgelopen najaar stond ik voor zo’n stuk ‘nieuwe natuur’ dat eerst stevig onder handen was genomen. Ook hier werd de natuurliefhebber allerhande moois beloofd. Terwijl de afwezigheid van dieren toch juist typerend is voor Nederlandse natuurgebieden. Wat vogels betreft valt het nog wel mee, maar vergeleken met bijvoorbeeld Noord-Amerikaanse nauurparken zie je in de West-Europese bossen nauwelijks zoogdieren. Ze zijn zo lang bejaagd en vervolgd dat ze zijn uitgestorven of uitermate schuw werden. En de paar soorten die het tot voor kort wel goed deden, zijn geveld door ellendige ziektes. Konijnen waren net een beetje hersteld van de myxomatose toen een gemeen Chinees virus ze te pakken kreeg. Eekhoorns hebben weer last van een ander virus. Met hazen is ook iets mis. Daarom is het vaak zo saai in bos en hei. Dit ging door me heen terwijl ik in de bosrand wat somber naar een moderne beek keek, ofwel een sloot die van goedbedoelende natuurmanagers weer voorzichtig mocht kronkelen. Opeens werd mijn blik getrokken door een stip die zich stuiterend door het landschap bewoog. Het begon al te schemeren, maar omdat de stip mijn richting op kwam, drong het langzaam tot me door waar ik naar stond te kijken. Doing, doing, doing, het was een klein formaat kangeroe die zich met flinke sprongen door een oerhollands weiland bewoog. Sloten, prikkeldraad, dat beekje, geen probleem… doing, doing, doing… de motoriek van zo’n beest straalt een soort autistische onverstoorbaarheid uit, en hij had er geen enkele boodschap aan dat hij in het verkeerde werelddeel rondsprong. Hij was alleen maar bezig om in leven te blijven, blij ontsnapt te zijn uit een of andere privé dierentuin. Hij verdween in de bosrand, vlak in de buurt waar het veelbelovende informatiepaneel stond. Ik schoot in de lach. Nieuwe natuur: kangeroes!