Historie

Het begon allemaal met ‘Tuig’. In 1969 had ik wat teksten opgestuurd naar platenmaatschappij Polydor en kreeg tot mijn verrassing om te komen praten.
‘Wat zou je willen?’, vroeg producer Peter Nieuwwerf. Op mijn antwoord ‘Muziek als van Jefferson Airplane, maar dan op Nederlandse teksten’, zei hij ‘Nou, kijk maar wat je voor elkaar krijgt, wij zorgen wel voor een studio’. Enigszins beduusd stond ik tien minuten later weer buiten.
Via een advertentie in Hitweek kwam ik contact met een band bestaande uit Chris en Paul Pilgram plus Hans van der Linden. Na eerst een demo gemaakt te hebben stonden we een tijdje later twee maanden in studio Soundpush. Daar leerden we het vak door bijvoorbeeld een ochtend lang te proberen een base-drum te vinden dat ons beviel. Het moet Polydor klauwen met geld gekost hebben. Van ‘Tuig’ werden slechts 800 exemplaren verkocht. Maar Polydor klaagde niet, want in dezelfde tijd nam Herman van Veen een vertaling van mij op dat vele wekenlang bovenaan in de top 40 stond: ‘Suzanne’, van Leonard Cohen.

Over Liedjes en Paddestoelen’ – Interview door Marion Groenewoud

Chrispijn is zijn carrière begonnen als chemisch analist. ‘Het fascineerde mij. Ik ken nog altijd heel wat chemische formules uit mijn hoofd. Het is een van de redenen dat ik zo gek ben van paddestoelen, dat zijn ook chemische fabriekjes. Maar dan wel een fabriek die in een nacht wordt opgebouwd en na een week weer spoorloos is verdwenen. Ik vond scheikunde fantastisch, het werk dat ik deed al veel minder en het de hele dag binnen moeten zitten een verschrikking’.

De bewerking van Leonard Cohens Suzanne was zijn eerste succes als tekstschrijver. Herman van Veen kreeg die tekst onder ogen bij Polydor, omdat Chrispijn bij deze zelfde platenmaatschappij bezig was met een eigen project ‘Tuig’geheten. Aan ‘Tuig’ werkten de gebroeders Pilgram en Hans van der Linden mee. Chris Pilgram heeft in Hermans begintijd muziek gemaakt voor nummers als ‘Windstil’ en ‘Ze boog zover voorover’ en Hans van der Linden verzorgt nog altijd het geluid bij de voorstellingen van Herman van Veen.

Zo’n vijftien jaar heeft Chrispijn intensief met Herman samengewerkt. Samen met componist en pianist Erik van der Wurff deden ze de produktie van Hermans platen. ‘We waren vooral een klankbord, want Herman wist meestal heel goed wat hij wilde, maar we vormden ook een soort redactie. Als een zin niet goed liep dan werd er over gediscussieerd. Ook gitarist Harry Sacksioni was iemand die op die manier invloed had op het eindproduct’.

Herman van Veen is in zijn theaterprogramma’s volgens Chrispijn vooral een zanger, een clown en een performer. ‘Ik heb nooit echt van puur cabaret gehouden. Ik moet er wel om lachen, maar ben het ook meteen weer vergeten. Teksten zijn vaak knap geschreven, maar na één keer horen, heb ik ze uit. Ik hou van liedjes die iets langer meegaan’.

Chrispijn gaf enige jaren les op de Kleinkunstacademie en introduceerde daar het begrip ‘emotionele logica’: Een tekst moet qua gevoel kloppen, je mag je als luisteraar niet afvragen ‘Zou dat nou?’ Voor de duur van het liedje moet je helemaal kunnen meegaan in wat de zanger of zangeres beweert. Daar moet je als tekstschrijver veel aandacht aan besteden: de ene zin moet zonder haperen uit de andere voortkomen. Tegelijkertijd is het de kunst om het wit tussen de regels zo groot mogelijk te maken, zodat het niet saai wordt. Kortom: de tekst moet vanzelf spreken maar mag niet voor de hand liggen!