Teksten-theater

Voor het theaterprogramma Een nieuwe liefde van Sandra van Meegen schreef ik onderstaande tekst voor de jonge Sandra die in het gezin Timmermans een circuskind moest zijn (en daarmee tegelijk ook voor alle andere circuskinderen op deze wereld die zich in een ongelijke strijd staande weten te houden).

Circuskind

Als het thuis niet was te harden dan moest je trucs verzinnen
om overeind te blijven en je angst te overwinnen.
Als de sfeer weer was te snijden en die sneed dwars door je heen.
Alle poppetjes aan het dansen en je voelde je alleen.

Net als een circuskind dat op haar tenen liep,
dat altijd heel licht sliep en steeds een uitweg vond.
Ze was een circuskind
dat ondanks pijn en stress als een danseres voor liefde openstond.

Als in ’t gezin aan tafel er steeds diepe stiltes vielen,
want elk woord kon te veel zijn, de lieve vrede weer vernielen.
Je moeders ogen werden roder, je vaders handen zaten los.
Wie kon er nog ontsnappen en wie was hier de klos?

Dat was dat circuskind dat op haar tenen liep,
dat altijd heel licht sliep, toch weer een uitweg vond.
Ze was een circuskind
dat ondanks pijn en stress als een danseres voor liefde openstond.

Die met haar leeuwentemmershart gevaren in de ogen zag.
Die niet week voor wilde dieren, kon overleven met een lach,
als een circuskind, een circuskind…
En zo werden we volwassen, baas in eigen huis.
Nu de herinnering vervaagd is aan dat gekkenhuis,
kun je alleen maar hopen dat er zich iets in jou bevindt
dat nog net zo sterk en moedig is als dat circuskind…

Net als dat circuskind dat op haar tenen liep,
en altijd heel licht sliep en steeds een uitweg vond.
Ze was een circuskind
dat ondanks pijn en stress als een danseres voor liefde openstond.
Die met haar leeuwentemmershart gevaren in de ogen zag.
Die niet week voor wilde dieren, kon overleven met een lach,
als een circuskind, een circuskind…